space
header
Geschiedenis

Na de St. Elisabethvloed in 1421 begon zich ten noorden van het land van Gastel en Barlebosch, toen reeds Oudenbosch genaamd en de St. Maartenpolder, in het waterrijke gebied nieuw land af te tekenen. Dit nieuwe land, een grote zandbank, werd aangeduid als " 't sant er buyten" of " 't sant daer buyten". Op oude kaarten uit de tweede helft van de vijftiende eeuw werd deze zandbank reeds beschreven als het Stantderbuyten. Op deze zandbank zou een paal als baken voor de scheepvaart hebben gestaan, die werd aangeduid als een Standaert-buyten, wat de aanleiding is geweest voor de bepaling van de naam Standdaarbuiten. Na 1462 werd het eiland onveranderd 't gors van Stantderbuyten genoemd en het bracht toen reeds inkomsten op, voornamelijk uit veeteelt door grasland. Op 4 november 1523 viel het definitieve besluit het gors van Stantderbuyten van een bedijking te voorzien teneinde dit land veilig te stellen tegen overstromingen. Nadat de gronden van de nieuwe polder van het land van Stantdaerbuyten, kort na 1526 in pacht waren uitgegeven, werden op 27 januari 1528 voorbereidingen getroffen voor de vorming van een dorp in de nieuwe polder. In overeenstemming met de pachters van het land had de Heer van Bergen reeds bepaald, dat de kom van het nieuwe dorp zou worden ontworpen, omtrent syne huyse aldaer staende. Met dit huis werd bedoeld het herenhuis, dat in opdracht van de Heer van Bergen was gebouwd op de dijk in de meest zuidelijke hoek van de polder. Op de kelderfundamenten is in latere jaren het woonhuis van de Familie Sweere aan de Hoogstraat gebouwd. Op de foto het huis omstreeks 1910. Generaties lang was dit huis in het bezit van de familie Sweere.


Recht tegenover de dijk van het veer van de Nieuwenbosch werd een brede straat afgepaald die Dorpsstraat zou heten en waar aan het noord-westeinde ervan een plaats voor een kerkhof en een toekomstige kerk werd gecreëerd. Een jaar later, op 27 januari 1529, werd een reglement voor het land en dorp van Stantdaerbuyten opgesteld. Daarin werd bepaald dat Adriaen Jansz. dijkgraaf/penningmeester zal blijven van het land van Stantdaerbuyten. De Schout Frans van Liedekercke, vertegenwoordiger van de Heer van Bergen, vormde samen met vijf toegewezen Schepenen de Schepenbank, het eerste dorpspolder-bestuur van het land van Stantdaerbuyten. Aan deze Schepenbank werd de plaatselijke rechtspraak toevertrouwd. Buitengewoon aan deze rechtspraak van de Schepenbank was, dat bij criminele vonnissen de uitspraak van de Schepenbank bindend was. Alleen bij civiele vonnissen was hoger beroep mogelijk bij het Leenhof van het Markizaat van Bergen op Zoom en later, in 1591, bij de Raad van Leenhof voor Brabant te 's-Gravenhage. In de loop van de zestiende eeuw, werd de Schepenbank van Standdaarbuiten uitgebreid tot zeven Schepenen en werden ook nog drie gekozen gemeentemannen toegevoegd, welke laatsten zich speciaal met de dorpsaangelegenheden bezig hielden. In het reglement van 27 januari 1529 werd tevens bepaald de bouw van een graanmolen, welke een rosmolen zou zijn. Ook werd bepaald, dat op alle bier in de lande van Stantdaerbuyten gedronken "boomgheld" moest worden betaald, als vooraf op dat bier in het Markizaat nog geen boomgheld was betaald. Er werd een veertarief bepaald voor het dwarsveer op de Nieuwenbosch, voor de gaande en de komende man, alsmede voor het over te varen vee. Het was aan de inwoners van het land van Stantdaerbuyten toegestaan een eigen schuit, voor de oversteek van de rivier, te hebben. Daar moest echter een geringe vergoeding tegenover staan. Mocht men iemand "vreemds" overvaren, dan was een extra tarief bepaald, waarvan tweederde ten profijte van de Heer en eenderde ten profijte van de veerman. De dorpskom werd in 1533 met twee gemeten uitgebreid voor een nieuwe straat naar de kerk, die sinds mensenheugenis Achterstraat zou heten en tegenwoordig met St. Janstraat wordt aangeduid. Het nieuwe dorp zou worden genoemd naar het gors, dat vanaf 1461 steeds werd vermeld als het gors van Stantdaerbuyten.

Het dorp heeft een bewogen geschiedenis achter de rug: in en na 1572 plunderden en brandschatten de Watergeuzen het gebied, in 1760 brandde zo goed als het gehele dorp af en tijdens de bevrijding in de Tweede Wereldoorlog werden zowel Standdaarbuiten als Noordhoek vrijwel geheel verwoest. Echter de gemeente kwam er altijd weer bovenop.

Tot het midden van de jaren vijftig van de vorige eeuw was Standdaarbuiten een centrum voor de vlasteelt. Op onderstaande foto van omstreeks 1940 staat het vlas in zogenaamde 'kapellen' te drogen.


Eerste bestaansgrond was en is de landbouw en veeteelt en daaraan gerelateerde ambachtelijkheid. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw vonden veel mensen werk in de suikerindustrie. Dit duurde tot ongeveer 1920. Toen nam de vlasteelt het over tot ongeveer 1950. Standdaarbuiten was hiervoor het Brabantse centrum. Daarna gingen veel mensen over op de champignonteelt. Ook hierin werd Standdaarbuiten het belangrijkste gebied voor West-Brabant.

Oorlog

Tijdens de oorlog heeft Standdaarbuiten het zwaar te verduren gehad. Op maandagavond 30 oktober 1944 was er een explosie te horen rond de klok van 18:00 uur. De Duitse militairen hadden de brug laten springen. Die nacht was het vrij rustig, maar de volgende dag was het raak. Boven Standdaarbuiten waren er enige verkenningsvliegtuigen te zien. Op woensdag 1 november nam het schieten in hevigheid toe. Deze dag kregen de kerktoren en de molen het zwaar te verduren. Eenieder zocht naar een schuilplaats. Er was weinig contact meer tussen de mensen onderling en de dagen daarna werd het schieten steeds intensiever. In eerste instantie vluchtte de bevolking weg, maar later probeerde eenieder de draad weer op te pakken. Men startte met de wederopbouw van Standdaarbuiten. Onderstaande luchtfoto is op 2 november 1944 genomen. Duidelijk is 't Dorp (Markt) met de verwoeste kerk, 't Veer (Havenstraat) en de Hoogstraat te zien.

Teksten en afbeeldingen van Matty Machielsen (http://www.matty-machielse.eu/standdaarbuiten/)

spacer